Van eigenlicht tot belichtingslicht: over licht in de schilderkunst

Licht in de kunst 1Geniet u ook zo van het gouden licht in zeventiende eeuwse Italianisanten of de zonovergoten stadsscsènes van de impressionisten? Raakt u ontroerd door de manier waarop Rembrandt met licht en donker speelt of door de bijzondere kleuren van de ramen te Chartres?

Alles wat we zien manifesteert zich door kleur en licht. Licht maakt kleuren zichtbaar. In deze lezing zoeken we naar de wijze waarop kunstenaars door de eeuwen heen door middel van kleur licht in hun doeken brengen. U maakt kennis met verschillende soorten licht in verschillende kunsthistorische perioden. Het Perikopenboek van keizer Heinrich III, een prachtig evangeliarium met miniaturen uit 100, is onder meer zo beroemd omdat er in de kunst daarvoor nog nooit zulke heldere kleuren gebruikt zijn. De kunsttheoreticus Wolfgang Schöne introduceert voor het middeleeuwse, Ottoonse werk de term eigenlicht. Hier zijn de weergegeven beeldwereld en het licht als lichtbron ongescheiden. Vanaf de Renaissance krijgt kunstenaars steeds meer inzicht in kleur en licht als natuurkundige en fysiologische verschijnselen. Het kunstwerk genereert niet meer zijn eigen licht, maar wordt als het ware belicht. Oude meesters als Caravaggio en Giorgone buiten dat licht op unieke wijze uit. In de negentiende eeuw werken kunstenaars niet meer alleen in het atelier maar schilderen ze ook in het buitenlicht. Dat zorgt voor een omwenteling in de kunst. Het natuurlijke licht, maar ook kunstlicht, worden artistiek nu zo geïnterpreteerd dat de werkelijkheid door de kunstenaars als Monet en Seurat geïntensiveerd wordt.

Free WordPress Themes - Download High-quality Templates

Logo (kopie)

KunstVenster