Schitterende nadagen: galante feesten en zwanenzang in de 18e eeuw

Jean Antoine Watteau Pierrot De jaren tachtig van de achttiende eeuw in Frankrijk laten een lege schatkist zien. Al het geld is opgegaan aan de pracht en praal van het hof. De eeuwigdurende feesten wekken langzaam de afkeer van het volk en van denkers en kunstenaars van de Verlichting. De magie van de weelde werkt niet langer.

In deze lezing maakt u kennis met de op de zinnen gerichte doeken van Fragonard en Boucher en hun vrije schilderstijl. Maar u krijgt ook inzicht in een rococo dat meer is dan meer dan een oppervlakkig, decoratief spel. De achttiende eeuw toont al vroeg momenten van frictie. De stadspaleizen van het rococo zijn niet enkel frivool, zij illustreren ook het verschijnsel van een culturele nivellering. Aristocratie en hogere burgerij versmelten tot één cultuur dragende elite. Beschavingsmiddelen worden langzaam breder verspreid en een historisch besef begint te dagen.

Bij veel kunstenaars zien we een weemoedige stemming, een gevoel van voorbijgaan. Watteau intensiveert de melancholie in een van zijn laatste werken “Gilles”, de clown uit het Commedia del Arte. Hij geeft de achttiende eeuwse frivoliteit een haast persoonlijk commentaar. Venetië blijkt een uitermate geschikt decor voor het einde van het oude tijdperk. De rococo schilders spelen met illusie en laten heel subtiel de bedrieglijkheid ervan zien. Giovanni Domenico Tiepolo, Longhi, Guardi houden de schijn van grootsheid op achter zwierige carnavalsmaskers, feesten en stadsgezichten. Dat doen ze overigens in een schilderkunstig fascinerend idioom, vergelijkbaar met de Franse rococo-meesters. De elegantie is vrolijk, de lach echter troosteloos. De idylle is wrang en reflecteert een samenleving waarvan de historische rol bijna is uitgespeeld.

Free WordPress Themes - Download High-quality Templates

Logo (kopie)

KunstVenster