De vitaliteit van de Britse kunst na 1960

Vitaliteit Engelse kunstLonden wordt in de jaren zestig tot belangrijke culturele hoofdstad van de wereld. In deze lezing maakt u kennis met schilderkunstige bewegingen die juist de moderne Engelse kunst typeren.

De aanloop vormt de Engelse Popart. Het werk van Hamilton, Blake, Hockney, Patrick Caulfield en Kitaj is poëtischer, gevoeliger en filosofischer dan dat van hun collega ’s in Amerika. Samen met de typische Britse humor en het gevoel voor understatement levert dit een heel eigen vorm van popart op. De Engelsen kennen in tegenstelling tot de Amerikaanse popart kunstenaars ook vaker een politiek engagement. Ze verheerlijken niet zonder meer de populaire cultuur maar gebruiken deze om bepaalde ideeën en opvattingen binnen een breder publiek uit te dragen. De ruimtelijke kunstenaars Caro, Annesly en Philip King leveren ook een aandeel in de “Swinging Sixties”. Ze zoeken de totale abstractie en maken gebruik van moderne materialen als T-stukken, buizen, metaalplaten en fiberglas in een open structuur. Heel interessant is de eigentijdse Britse Figuratie. Freud en Bacon schilderen tégen de stroom in. De jaren negentig worden gekenmerkt door de brutale zegetocht van “The young British Artists”. Gepromoot door de handige verzamelaar Saatchi weten zij de moderne kunstbeschouwer, toch wel wat gewend, met hun werk te choqueren.

Free WordPress Themes - Download High-quality Templates

Logo (kopie)

KunstVenster